QH
R
e
ï
n
c
a
r
n
a
t
i
e
n
u
m
m
e
r
QH

de schim

of je kennis wilde maken met een geheime wereld, wilde een schim weten, die je in de tuin aantrof bij een appelboom, waar je appeltjes verzamelde voor appelmoes. die appeltjes verlaten nl altijd vroegtijdig de boom, zodat je ze voor het oprapen hebt. de schim hield aan en zei dat je hem maar moest volgen als je interesse had in die andere wereld. je hoefde niet bang voor hem te zijn, want hij was niet van vlees en bloed. hij beweerde een astrale geest te zijn. het kon geen kwaad om alvast een kijkje te nemen in die wereld als een soort voorschot op je toekomst, want eens zou ook jij sterven, om het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen. als je zin had zou hij je eerst onder hypnose brengen, zodat je hem makkelijker in gedachten kon volgen. en hij keek je vervolgens diep in je ogen, zonder je antwoord af te wachten. maar je vond het best en dat wist hij kennelijk. even later stapten jullie dwars door de schutting van je tuin heen en vervolgens door huizen en straten om in een park terecht te komen. vlak bij een blauw theehuis verdwenen jullie in een gat om in een andere wereld terecht te komen. "er bestaat meer leven dan een mens meestal weet, de andere dimensie is geen sprookje." toch zag die zgn andere wereld van hem er helemaal niet anders uit dan de jou tot nu toe bekende, maar misschien moest het nog komen. het enige wat je opviel, was dat het gras bijzonder geurde, heel fris, maar even later stonk alles weer naar modder. het was ook gaan regenen. jouw kleren werden langzaam nat, terwijl je stilzwijgend achter de schim aan liep. deze straalde als een glimworm. af en toe ontwaarde je achter een boom een andere schim, maar zij spraken geen woord, ze keken alleen maar wazig voor zich uit, totdat jullie door een ander gat weer terugkeerden naar de zgn gewone wereld. en daar scheen de zon. de schim vond dit voor de eerste keer wel genoeg voor jou. en hij flitste weg.

de schim keerde opeens weer terug. of je hem maar volgen wilde en hij keek je weer diep in de ogen. jullie kropen daarna weer door een gat, gewoon in de grond en verdwenen naar elders. als men door een gat in de aarde kroop, verloor men het normale besef van tijd en plaats. dat was oa de message van de schim. je wilde het wel proberen, om net zo te denken als hij, waarom niet. je moest naar kaboutertjes kijken, want die bestonden ook volgens de schim. en je zag ze. wat waren ze klein. ze hielden zich verborgen achter struikgewas en deden zich tegoed aan lekker eten en drinken, een flink aantal in het rood geklede mannetjes en vrouwtjes. ze hadden eten en drank gestolen uit een auto, die in een bos geparkeerd stond. een jongen en een meisje hadden dat gedaan. ze waren op weg geweest naar een feestje, maar hadden de verleiding van het bos niet kunnen weerstaan. ze waren nl verliefd op elkaar. onder een boom gezeten bekenden ze die aan elkaar, hun liefde en werden verrast door een giftige slang. de ťťn zijn dood is de ander zijn brood, dachten de kaboutertjes kennelijk. nu deden ze zich tegoed aan het lekkers. wat waren ze vrolijk en uitgelaten. de vrouwtjes waren al gauw aangeschoten en klommen op schoot bij de mannetjes. zij kusten hen vurig en hartstochtelijk. af en toe zag je ook een handje van een mannetje verdwijnen onder het rokje van een vrouwtje.

na een tijdje dat bekeken te hebben, wenkte de schim jou. het was tijd om verder te gaan. nauwelijks hadden jullie dat gedaan, of er weerklonk een sirene. een ziekenauto reesde voorbij, op weg naar de plek des onheils. een toevallige bijganger had de jongen en het meisje nl ontdekt, om daarna een ziekenhuis op te bellen. bij jullie komst zagen jullie twee halfschimmen die het lichaam van beide slachtoffers probeerden te verlaten, maar ze zaten nog een beetje vast, want ze waren nog niet echt dood, ze leefden nog half, al lagen ze er voor lijk bij.

jullie zagen ook twee ziekenbroeders antibiotica toedienen aan de twee slachtoffers en hen vervolgens op een brancard leggen, elk op een aparte en vervolgens wegrijden, naar een ziekenhuis voor een verdere behandeling, volgens de schim moest het tweetal nog even wachten, voordat ze definitief tot het schimmenrijk toegelaten zouden worden, voorlopig was daar nog geen sprake van. de schim en jij liepen door, terwijl de kaboutertjes inmiddels in slaap waren gevallen. de flessen waren leeg, het eten was op. ze snurkten luid, liggend in morfeus' armen. jullie bereikten niet lang daarna een verlaten ruÔne, waarin een aantal andere schimmen bijeen zat. de schim legde jou uit, dat het de schimmen te doen was om de dieper liggende waarheid, om een hoger bewustzijn van de dingen om hen heen. het kon toch niet waar zijn dat alles alleen maar was zoals het in eerste instantie toescheen. er moest meer zijn, een grotere waarheid. zij probeerden om zowel in de toekomst te kijken al in het verleden. ze konden gelukkig gaan en staan waar ze wilden. bovendien was het rijk der schimmen oneindig groot, in feite net zo groot als het heelal, maar in dit stadium waren zij nog aan de aarde gebonden. stap voor stap zouden zij alle fasen doorlopen, om te eindigen als kosmisch schijnsel. dat was ook de uiteindelijke bedoeling volgens hen, meedenken met de kosmos. men zou dan een sterke uitstraling krijgen op de lange duur een kosmisch aura. omdat jij een gaatje in je stoffelijk omhulsel had opgelopen ergens op je weg, was je in staat om de schimmen Łberhaupt waar te nemen. en de schim flitste weer weg, net als de vorige keer, maar hij zou beslist nog een keertje verschijnen, dat had hij je beloofd.

de derde verschijning van de schim vond eerder plaats dan je verwacht had. tijdens jullie derde wandeling liepen jullie door een verbrand korenveld. een hittegolf had dat veroorzaakt. het terrein leek nu op een zwarte prairie. na een eind stappen bereikten jullie een ander terrein. daar zagen jullie 3 mensen, dwz 2 nonnen vergezeld van een dwerg. zij beklommen een heuvel, de rozenberg geheten, verklaarde jou de schim. er zou daar op die berg een boom staan met zwarte maskers aan de takken ipv bladeren. die boom zou door een slang bewaakt worden. verder woonde er nog een heilige met lang haar in een rots, een kluizenaar die op een vrouw leek. als je wilde konden jullie daar wel even een kijkje nemen. dat was best.

bij de rozenberg gekomen hoorden jullie luid geschreeuw. wat was er aan de hand? de slang die daar huisde had een zonnesteek opgelopen en viel nu alles en iedereen in de omgeving aan. een zwerver die daar toevallig liep was het eerste slachtoffer geweest en nu had de slang de 2 nonnen en de dwerg ontdekt. ook hen wist de slang te vergiftigen door een beet maar dat was nog niet genoeg, want de slang ging nu een stenen beeld te lijf. dat beeld, dat het kindeke jezus voorstelde, was omgevallen en in stukken gebroken. en dat was het dan weer. de schim flitste weer weg. "zulke dingen gebeuren nu eenmaal," was zijn konklusie. de volgende en laatste keer zou hij je de afloop vertellen.

die 4e keer moest je snel zijn, want de schim had haast. er stroomde nu heilig water op de rozenberg, dat uit een rots tevoorschijn was gekomen na het incident met de slang. een boer uit de omtrek zou er een bedevaartsoord van maken. die boer was er getuige van geweest dat een troep wilde honden was komen opdagen die zo'n honger had, dat ie de lijken opgevreten had. de slang was ontsnapt. de boer had een paar andere boeren opgetrommeld en de honden verjaagd, opdat ze niet ook nog eens de heilige kluizenaar die op een vrouw leek konden oppeuzelen. het heilige water zou alle vuil wegwassen van deze plek, behalve zieken genezen. "het is al een paar eeuwen geleden gebeurd," beŽindigde de schim de story. en hij verdween, flitste weg, ditmaal voor goed, want hij was naar een andere planeet geroepen. zijn werk hier op aarde was klaar voorlopig.

renée bouws

index