QH
R
e
ï
n
c
a
r
n
a
t
i
e
n
u
m
m
e
r
QH

Reïncarnatie? Nee bedankt.

Niet al te lang geleden ontmoette ik een jongeman die beweerde mijn reïncarnatie te zijn. Achter Amsterdam CS, om half tien 's ochtends. Ik had zojuist de trein gemist.

Heen en weer zwalkend tussen er van balen te laat op mijn werk te gaan komen, en genieten van het rustig wakker kunnen worden, verlaat ik het station aan de achterzijde om contemplatief over het IJ uit te kunnen zien. Een kaalgeschoren jongeman in smerig trainingspak trekt mijn aandacht, een vreemd gevoel van herkenning rilt over mijn ruggegraat. Ik probeer dit Déjà Vu gevoel van mij af te schudden en zo onverstoorbaar mogelijk door te lopen, op zoek naar welverdiende afzondering.

Maar het gabbertje heeft mij ook gezien, steekt de weg over en komt op mij afgelopen. Ja ja, hij gaat eerst een praatje maken, en dan om geld vragen. Onverzorgd schorem, snel afwimpelen die hap. Zo, die is brutaal! Gaat gewoon voor mij staan en verspert me de weg! Die wijd opengesperde ogen waarmee hij mij aankijkt, recht in de ogen kijkt, bevallen me van geen kant. Zeg dan wat lul, hier wordt ik uitermate zenuwachtig van.

"Jij heb de trein gemist, hè?"

"Ja, en? Mag ik er misschien even langs?"

De gabber laat mij er niet langs. Jammer dat die kinders van tegenwoordig zulke reuzen zijn, anders...

"Je heb de trein gemist en gaat te laat komen op je werk. Daar ken je je door onze ontmoeting slecht concentreren en maakt allemaal fouten. Je krijg de zak en dat is het begin van het einde. Jij geloof niet in reïncarnatie, hè?"

Wat een vrijpostigheid, wat denkt hij wel! Toch beleefd blijven. Dit soort opgeschoten jongelui moet je mee oppassen: "Pardon? Nee, ik geloof niet in die onzin, ik vindt één keer geboren worden wel genoeg."

"Helemaal mee eens, man! Maar voor mijn is 't geen kwestie van geloof, 't is een wetenschap."

"Een wetenschap?" Och hemel, straks is hij van scientology, dat stelletje fascistoïde geldwolven. Heb ik weer, moet ik ook maar niet vijftien jaar na de Wave nog steeds in het zwart gekleed over straat gaan. Hé, niet met je vinger in mij prikken, zeg!

"Een wetenschap ja, ik weet dat gewoon. Jij bent gewoon een slappe lul, ik schaam me ervoor jou te zijn."

"Man, je hebt teveel pillen geslikt, je raaskalt" Ik probeer zijn beschuldigende vinger weg te wuiven. Hij pakt me bij beide schouders en brengt zijn gezicht dicht bij het mijne.

"Niks pillen, onder invloed van een Paddo heb ik mijn vorige levens doorleefd. En jouw zielige bestaantje was de laatste in de rij. Ik ben jouw reïncarnatie."

"Dat kan helemaal niet, ik ben nog niet dood."

"O ja, jij ben zo'n ouderwetse romanticus hè? Luistert, er zijn nu veel meer mensen dan vroeger, toch? En er zijn dus veel meer zielen tegelijkertijd nodig, snappie, dombo. Door de overbevolking zijn er al lang niet genoeg zielen meer, dus wordt er nu al ruim voor de dood gereïncarneerd"

Wat is dit nou weer voor een gebazel? Door de overbevolking zou het aantal beschikbare zielen niet langer toereikend zijn, en wordt en al wedergeboren aleer men gestorven is? En wat dan als begin volgende eeuw nog twee keer zoveel mensen zijn? Dan reïncarneer je zeker al voor je geboorte!

"Jij kan mijn reïncarnatie helemaal niet zijn."

"O, nee? Hoe weet ik dan dat jij al jaren stiekem verliefd bent op de vrouw van je beste maat, en het daarom zelfs uit zielige wanhoop al eens heb aangeleg met haar zussie? Vuile huichelaar!"

Ik ontken alles! En hou op met mij door elkaar te schudden, ik wordt er helemaal niet goed van.

"Jij bent mij niet, ik ben niet zo agressief als jij."

De gabber duwt me naar achteren en laat mij los, door de zwaai val ik bijna achterover.

"Ach, man, lazer op! Als jij wis hoe jij aan je end kom, dan kwam die opgekropte agressie over de zinloosheid ech wel naar buiten. Lazer toch een end op!"

En hij draait zich om en beent weg met gebalde vuisten in de zakken van zijn vieze trainingspak. Maar hoe ga ik dan aan mijn eind komen? Hoezo ontslagen, ik... Shit, de volgende trein is ook al weg. Kom hier, klootzak, wat weet je allemaal nog meer van mij? Het kleiner wordende, kaalgeschoren achterhoofd van mijn wedergeboorte zegt niets.

Enkele dagen later ontmoette ik een man die beweerde de reïncarnatie van God te zijn. Hem heb ik meteen op zijn bek getimmerd. Dat zal hem leren er zo'n puinhoop van te maken.

(c) Frans van Assendelft 1997

index